Contact
071 5890221

Bereikbaar van 8:30-17:00 uur

Hamstring klachten

Anatomie: de hamstrings (HS), heupstrekkers en kniebuigers, bestaan met name uit de drie spieren: M. biceps femoris (BF), M. semimembranosis (SM) en de M. semitendinosis (ST).  Het proximale hamstring complex is een veel voorkomende plaats voor het ontstaan van pathologie. De lange spierkop van de BF en ST, delen dicht bij het bekken een pees die ontspringt van het mediale facet van de tuber ischiadicum. De proximale aanhechting van de SM, een pees met een vrije lengte van > 10 cm,  gaat van het laterale aspect van de tuber en passeert dieper gelegen de BF en ST. Indien de heup gebogen is werkt de M. adductor magnus ook als een (sterke) heupstrekker.

Onderzoek moet vooral een onderscheid maken tussen een acute klacht en  mogelijke andere oorzaken. Zonder een sterke aanleiding tot het ontstaan van de klachten lijken deze meer veroorzaakt door een referred pain dan door een acute spierverrekking. Belangrijkste punten in de klachtontwikkeling en de historie is, dat indien na 1 dag weer pijnvrij gelopen kan worden, dit prognostisch beter is en dat een eerder doorgemaakte blessure van de BF een sterk predisponerende factor is voor re-injury.

Er worden twee typen acute klachten onderscheiden:

1)            Ontstaan door excentrische contractie, zoals bij sprinten: type 1 dus vaak met hoge snelheid. Gelokaliseerd  meestal BF ter hoogte van de proximale spierverbinding(spierletsel). Vaak een grotere functiebeperking maar een snellere kans op herstel.

2)            Ontstaan door excessieve stretch, zoals zou kunnen bij ballet: type 2, het stretch type  met de locatie  meestal dichter naar de tuber ischiadicum en betreft meestal de vrije pees van SM (peesletsel).