Contact
071 5890221

Bereikbaar van 8:30-17:00 uur

Knieklachten

Anatomie: in de knie (art. Genus) wordt de kop gevormd door de femurcondylen en de kom door de condyli tibiae. De gewrichtsvlakken zijn asymmetrisch en niet congruent (=kwetsbaar). Hyalien kraakbeen is enigszins elastisch. Hiertussen liggen de menisci. Aan de femorale voorzijde in de facies patellaris ligt de patella.

Bewegen is mogelijk om 2 assen: flexie tot ongeveer 135- en extensie 0- tot 10 graden en rotatie, m.n. bij gebogen kniestand. Er is enige (slot-)rotatie mogelijk (exorotatie = tibia t.o.v. femur en endorotatie = femur t.o.v. tibia). De meest stabiele stand is bij een gestrekt been. De kruisbanden zijn dan ontspannen en collaterale ligamenten gespannen en er is geen beweging mogelijk in het gewricht.

 

De menisci, vezelig kraakbeen, buitenrand dik en binnenrand dun, zorgen voor het opvangen van drukbelasting  en dragen bij aan de stabiliteit van de knie. De binnenmeniscus heeft een stevige verbinding met het kapsel en met de binnenste collateraalband. De buitenmeniscus zit minder stevig aan het kapsel vast en is niet bevestigd aan de buitenste collateraalband. Bij buig- en strekbewegingen in de knie bewegen de menisci naar achteren (buig) en naar voren (strek). Door de sterke fixatie van de binnen meniscus (in het kapsel) ten opzichte van de buiten meniscus, is de eerste minder mobiel. Daardoor raakt de binnenmeniscus sneller ingeklemd en ontstaan er vaker scheurtjes in de mediale meniscus dan in de laterale meniscus. Torsie van de knie (door belasting of snel overeind komen vanuit hurkzit) is een typische oorzaak van meniscus-letsel. De meniscusscheur die acuut ontstaat, wordt meestal veroorzaakt door een draaiing van de knie onder belasting. Omdat bij voetbal veel kap- en draaibewegingen worden gemaakt, die vaak met grote krachtinzet worden uitgevoerd, ontstaan juist bij voetballers veel meniscusblessures. Daarom wordt deze sportblessure vaak voetbalknie genoemd.

 

Er zijn verschillende knieklachten, meestal ingedeeld op locatie. De meest voorkomende zijn anterior knee pain, patello femoraal pijn syndroom, ITBF klachten (zie onder), meniscusletsel, kruisbandletsel en gonartrose.

 

 

Iliotibiaal band frictie syndroom (ITBFS, runner’s knee)

De iliotibiale band (ITB) is een dikke fibreuze band die over de dij loopt aan de buitenzijde en aanhecht op Gerdy’s tubercle op het bovenste deel van het scheenbeen. Er zijn kleine aanhechtingen aan biceps femoris en laterale patellaire retinaculum. Primaire functie is de laterale knie en heup stabiliseren en weerstand geven tegen heupadductie en naar binnen draaien van de knie.

 

Door biomechanische factoren of foutieve training  kan overbelasting ontstaan. Zwakke heup abductoren kunnen leiden tot versterkte heup adductie en zo de spanning op de ITB vergroten.  Meestal door hardlopen met langdurig afdalen of lopen op oneffen terrein. Als het pijnlijk is bij trappen of sprinten is het waarschijnlijk biceps femoris tendinopathie. Laterale kniepijn na knie- of enkelletsel is vaker aan meniscus of aan het superiore tibiofibulaire gewricht gerelateerd.

Ten aanzien van revalidatie is trainingsopbouw belangrijk, evenals stretching van de ITB en versterking van de heupabductoren.. In een acuut stadium moet de ontsteking bestreden worden.